|
|
|
Wellicht zat uw vis er deze week al in verpakt. Ik bedoel in het AD van afgelopen zaterdag. Daarin stond weer de jaarlijkse top 100 van Nederlandse ziekenhuizen, die wordt opgesteld op basis van de de basisset prestatie-indicatoren van de IGZ. Het leverde wederom de verwachte verhitte reacties op. Die storm is overigens ook al weer voorbij. Net als in vorige jaren bleek ook dit jaar dat een ziekenhuis het verkeerde getal had aangeleverd. Beetje dom van dat ziekenhuis, zo vond menigeen. Ze hadden niet 17% sterfte na AMI of hartfalen maar 9%. Waren ze zich niet rot geschrokken toen ze die 17% hadden gezien bij aanlevering, dit voorjaar? Het was per slot van rekening geen nieuwe indicator. Gelukkig was dit het enige ziekenhuis dat zijn getallen verkeerd aangeleverd. Van de rest zijn in ieder geval geen signalen vernomen dat er iets mis was met de cijfers, dus dan zit het wel snor ;-).
En nu maar kiezen met z’n allen. Het kan weer, met verse cijfers…… van vorig jaar. Maar pas wel een beetje op: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst of zelfs het heden. Want wie vorig jaar rond deze tijd dacht dat hij in het Flevo Ziekenhuis door de nummer één werd geholpen aan zijn buikaorta had het mooi mis op dat moment. Naar nu blijkt was het Flevo bezig te kelderen naar nummer 50 in de lijst. En dat kwam o.a. doordat ze in het Flevo minder dan de helft van het benodigde aantal buikaorta’s doen, om aan de volumenorm te voldoen! Dat levert heel wat minpunten op. Had u dat als patiënt toen maar geweten. Had u het kunnen weten? En als u het had geweten, was u naar een ander ziekenhuis gegaan?
Om eerlijk te zijn, ik ben nog niet zo gerustgesteld als een ziekenhuis ruim voldoet aan een volumenorm. Of die 80 aorta-operaties in dat hele grote ziekenhuis een goede uitkomst hebben weten we namelijk niet, want daar vragen we niet naar. Toch zou ik dàt juist wel eens willen weten, eigenlijk dit liever dan het aantal keer dat ze die operatie doen. En dan ook graag wat actueler want ik denk dat de dynamiek in een ziekenhuis heel groot is. Kijk maar naar het Maasstad Ziekenhuis. In een jaar tijd heeft de Kliebsiella bacterie daar heel wat aangericht, wat we vorig jaar rond deze tijd niet wisten op basis van cijfers uit 2009. Dat kon het AD en de Inspectie in 2010 ook niet weten. Maar het Maasstad kon het in 2010 wel weten. Sterker nog, ieder ziekenhuis kan in principe weten wat er vorige week is gebeurd met haar patiënten. En diezelfde patiënten zouden dit ook moeten weten.
Dit najaar wordt de HSMR 2010 voor het eerst gepubliceerd voor ieder ziekenhuis als indicator voor de veiligheid en kwaliteit in het ziekenhuis. Wat is het nut van deze indicator als deze betrekking heeft op de zorg die meer dan een jaar geleden geleverd is (want het cijfers is mede gebaseerd op opnamecijfers van januari 2010). Het kan nu al weer heel anders zijn. Op die manier heeft zo’n indicator geen relevantie voor de veiligheid, want bij veiligheid hoort tijdigheid. Early warning noemen de Engelsen dat. Kortom ieder ziekenhuis zou zijn uitkomsten en risico’s continu en week tot week moeten monitoren en ingrijpen als er bellen afgaan. Dat is zij aan haar huidige en toekomstige patiënten verplicht.
André van der Veen, De Praktijk Index.
|