02 Een evenwichtig maal?
NOV Geschreven door Anne Jonkman in Strategie en Samenwerking

Kwaliteit, innovatie, budgetplafond, spreiding en concentratie, mededinging. Met deze ingrediënten mogen ziekenhuisbesturen en medisch specialisten dit jaar voor hun klanten (burgers, patiënten en huisartsen) een maaltijd bereiden.
Een ziekenhuis is een onderneming, die het beste wil leveren aan zijn klanten. Doet hij dit beter dan zijn collega-ziekenhuizen, wat zal blijken uit een alom gewenste grotere transparantie over de geleverde kwaliteit, dan zullen meer klanten kiezen voor dit ziekenhuis (de klant stemt met de voeten). Echter, hier hebben we te maken met een budgetplafond, wat voor 2012 neerkomt op een nulgroei ten opzichte van 2011. Kent u succesvolle ondernemingen die als beleid hebben dat hun omzet niet stijgt? Ik ken er weinig. Daarom: zorgverzekeraars moeten daadwerkelijk schuiven met geld tussen ziekenhuizen, waarbij de succesvolle ziekenhuizen wel groeien, ten koste van de minder succesvolle.
Innovatie kent vele gezichten en het kan niet worden ontkend dat ze vaak ontstaat onder druk. Uit nood geboren, wordt er efficiënter gewerkt en worden processen opnieuw ontworpen. Er is echter ook innovatie die ontstaat aan de top van de markt. Veelvuldig zijn nieuwe ontwikkelingen eerst slechts beperkt (= financieel) toegankelijk, en pas na verdere vervolmaking worden ze breed toepasbaar voor het grote publiek. Hoe houden we in Nederland ook ruimte voor dit soort innovaties?

Suggestie: sta in ieder geval directe betalingen door de individuele burger toe en wacht niet met alles op goedkeuring van onze instituten (NZA, CVZ). (En: zolang in de alternatieve geneeskunde van alles mag, hoeven we binnen de reguliere geneeskunde niet zo krampachtig te doen.)
Spreiding en concentratie is een hot issue en alom gewenst vanwege de steeds belangrijker wordende kwaliteits- en volumenormen en de steeds sterker wordende roep om efficiency en ‘economy of scale’. Binnen kringen van de zorgverzekeraars wordt gesproken over te veel ziekenhuizen en te veel SEH-afdelingen. Inmiddels hebben we één ziekenhuis in Zwolle, Leeuwarden, Apeldoorn, Den Bosch, et cetera. Maar ziekenhuizen die nu willen samenwerken (en concentreren en spreiden), krijgen te maken met een – vaak langdurig – NMa-traject. Uiteraard moet de burger beschermd worden tegen monopolies en toezicht daarop is nodig. Toch is de vraag wat er in de bovengenoemde steden is “misgegaan”? Rechtvaardigt dit de langdurige trajecten met tonnen aan juristenkosten waar ziekenhuizen die willen samenwerken mee te maken krijgen? Laat de zorgverzekeraars hierin gauw de grotere rol krijgen waar we het al zo lang over hebben!
Want met deze ingrediënten wordt voor de ziekenhuizen het recept dusdanig ingewikkeld, dat er voor de klant nauwelijks nog van een voedzame, verteerbare en hopelijk smakelijke maaltijd sprake is. En die ook nog de (volks?)gezondheid ten goede komt, of op z’n minst niet schaadt.

 

 
09 Er was eens..........
FEB Geschreven door Anne Jonkman in Strategie en Samenwerking

Er was eens een stad met een flink aantal bakkerijen, die verschillende soorten brood verkochten. De bakkerijen kochten graan van boeren uit de omtrek, en betaalden een vaste prijs per zak graan, die wel verschilde per soort graan. De brood- en graanprijzen werden jaarlijks door het stadsbestuur vastgesteld. Iedere bakkerij had een vaste groep boeren die aan de bakkerij leverden. Deze boeren werkten vaak samen naar soorten graan die ze verbouwden, en soms waren ze verenigd in een soort coöperatie. Er was zelfs een enkele bakkerij, die boeren in dienst had.
Zoals dat gaat, ging het ook hier: de bakkers probeerden zoveel mogelijk brood te verkopen, en de boeren zakken graan. De bakkers probeerden steeds lekkerder en gezonder broden te bakken, en de boeren probeerde steeds beter en meer graan te verbouwen (en te verkopen). Uiteraard deed de ene bakkerij beter zaken dan de ander en verkocht meer en beter brood dan de ander, en datzelfde gold voor de boeren. En hoewel het niet met zekerheid gezegd kon worden, leek het er soms op, dat de beste boeren vaak leverden aan de beste bakkers.
Iedereen zou zo gelukkig geweest zijn, ware het niet dat:

  • Het stadsbestuur jaarlijks een broodbudget vaststelde.
  • Ergens halverwege het volgend jaar het stadsbestuur vaststelde dat het voor het vorig jaar vastgestelde broodbudget was overschreden, en dat de bakkers en de boeren het boven het broodbudget (en door burgers) betaalde bedrag moesten terugbetalen.
  • Daarbij werd iedere bakkerij naar verhouding van zijn omzet evenveel gekort; hoe meer omzet, hoe meer korting.
  • De korting voor boeren was ingewikkelder: per soort graan verschilde de korting, zodat de korting voor de verschillende (groepen) boeren nogal verschillend kon uitvallen.

Dit alles gaf natuurlijk veel aanleiding tot bezwaar, gemor en verwijten over en weer, maar het stadsbestuur had zich nu eenmaal tot doel gesteld binnen het broodbudget te blijven, waarbij het niet wilde besluiten bepaalde soorten brood wel, en andere soorten niet te vergoeden.

Vraag voor de lezer:
Wat zouden de bakkers, boeren en stadsbestuur nu kunnen doen om uit deze situatie te geraken?
Daarbij gelden de volgende spelregels:

  • De bakkerijen weten pas het volgende jaar voor hoeveel zij dit jaar samen hebben verkocht ;
  • De bakkerijen mogen onderling geen afspraken maken om hun omzetten (of marktgebied) met elkaar af te stemmen op het totale broodbudget;
  • Het geld dat burgers aan brood besteden in een andere stad telt wel mee voor het budget;
  • De duurste kunstmest komt volgend jaar in het budget van de bakkers.
 
03 Wie geen doel heeft kan niet verdwalen
MRT Geschreven door Anne Jonkman in Strategie en Samenwerking

In de gezondheidszorg in Nederland zijn de meest gebruikte woorden de laatste jaren ‘doelmatigheid’ en/of ‘efficiency’. Vooral op beleids- en bestuursniveau zijn deze woorden heel populair. Zo staat in menig beleidsstuk van VWS (en zorgverzekeraars) dat de zorg ‘doelmatig, toegankelijk en van hoge kwaliteit’ moet zijn. Zelfs in visiedocumenten van zorginstellingen komen we het al tegen. In de beleidsagenda van VWS van 2010 staan 3 begrippen centraal: doelmatigheid, kwaliteit en solidariteit. Ook hier weer de doelmatigheid als eerste genoemd. Boodschap: de zorg wordt te duur, het moet allemaal goedkoper.
Doelmatig (of efficient) betekent met zo weinig mogelijk middelen een doel bereiken. Op zich is het merkwaardig om doelmatigheid als belangrijkste doelstelling te benoemen, zonder heel duidelijk te omschrijven wat je product of doel is. ‘Goede zorg van hoge kwaliteit’ geeft niet echt houvast, als u mij toestaat, vooral als niet duidelijk is wie daarvoor verantwoordelijk is (dat zijn we namelijk ‘met z’n allen’). Probeer ook eens ‘goed transport van hoge kwaliteit’ voor zo weinig mogelijk geld. Nog mooier wordt dat bij ‘een goede auto of vakantie van hoge kwaliteit’ zonder een nadere beschrijving van die kwaliteit. Iets leveren van hoge kwaliteit tegen zo weinig mogelijk kosten kan natuurlijk heel goed, kijk maar naar de sommige supermarkten of textielketens, daar zitten echte ‘prijsvechters’ tussen. Ook die prijsvechters streven overigens naar het zoveel mogelijk verkopen met een zo hoog mogelijk rendement. Efficiency en kostenbeperking als belangrijkste deel van je werk zonder die productomschrijving betekent eigenlijk dat alles wat je levert (en zelfs bent) zo goedkoop mogelijk moet zijn.
Vanuit ondernemersperspectief is die nadruk op kosten een rare. Iedere ondernemer wil graag een product of dienst leveren die klanten graag willen, en waar hij/zij en de medewerkers trots op zijn en door gemotiveerd of zelfs geïnspireerd raken.
Als onze medewerkers als belangrijkste boodschap meekrijgen dat ze ‘te hoge kosten’ zijn, betekent dat impliciet voor hen bijna hetzelfde als ‘wij zijn een noodzakelijk kwaad’. Daar helpt geen imagocampagne tegen.
Gelukkig is de zorg een goeddeels waardegedreven industrie. En zijn er mensen die intrinsiek altijd iets beters willen verzinnen. Daardoor gaat nog een hoop goed. Ook de toenemende transparantie en het daarmee gepaard gaande groeiend bewustzijn bij de consument draagt bij aan verduidelijking van de doelen in de zorg.
Daarom zal ook het beleid van de politiek dat men ‘wil stoppen met marktwerking’ maar beperkte gevolgen hebben. De bewuste klant/patiënt gaat meer kiezen, en de ondernemende aanbieder wil HET altijd beter doen. Daar komt altijd doelgerichtheid bij kijken. Hopelijk ziet de politiek dat doel ook, en komt er ruimte om dat ‘beter doen’ te belonen.
Of zou de politiek zelf eigenlijk geen doel hebben? Is soms wel zo veilig….