|
Ook coöperatie waarborgt ondernemerschap |
|
Specialisten die zijn aangesloten bij een coöperatieve vereniging lopen geen risico om het fiscaal ondernemerschap te verliezen. Dat stelt John Nillesen, partner in Coöperatief adviescentrum ‘Centro Cooperativo’ in Venray. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) schetst in het Witte Boek zes mogelijke rechtsvormen voor het collectief van medisch specialisten dat in ziekenhuizen gevormd moet worden. Van deze zes komen volgens de OMS de stafmaatschap en de coöperatieve vereniging het meest in aanmerking. Uiteindelijk wordt in het Witte Boek de voorkeur gegeven aan de stafmaatschap: vanwege de ‘fiscale transparantie’ van die constructie zou er geen risico bestaan dat een deel van het economisch belang blijft ‘hangen’ bij het collectief. Bij een coöperatieve vereniging zou dat risico wél bestaan, bijvoorbeeld als het debiteurenrisico wordt gedragen door het collectief of als een deel van de honorariumopbrengst kortere of langere tijd bij de coöperatie wordt geparkeerd. Het fiscaal ondernemerschap zou daardoor ter discussie gesteld kunnen worden.
In de verhouding tussen ziekenhuizen en specialisten, vertelt Nillesen aan Medisch Contact, zijn de specialisten zelfstandig ondernemer gebleven. Een vergelijkbare constructie is mogelijk in de relatie tussen de coöperatie en de leden daarvan, mits de specialisten geen essentiële ondernemingsbevoegdheden aan de coöperatie hebben overgedragen. ‘Essentieel is dat het ziekenhuis de declaraties verstuurt voor rekening en risico van de medisch specialisten. Als de coöperatie diensten als het declareren voor risico van de leden verricht, verandert er niets aan de ondernemersfunctie en -status van die medisch specialisten. Een dienstverlenende coöperatie die op eigen naam maar voor rekening en risico van de leden-specialisten handelt, biedt hier de oplossing.’
De ervaring leert, stelt de OMS in een reactie, dat de fiscus bij de coöperatie het fiscaal ondernemerschap wel degelijk ter discussie kan stellen, omdat een deel van het economisch belang van de deelnemers bij deze rechtspersoon terechtkomt. Dat kan het geval zijn bij het overdragen van het debiteurenrisico, maar ook bij het tijdelijk parkeren van een deel van de honorariumopbrengst bij de coöperatie.
‘Met het uitsluiten van het debiteurenrisico ben je er dus niet’, zegt Janko de Jonge, voorzitter van de Kamer Vrij Beroep. ‘Het is een groter risico als de deelnemers in mindere of meerdere mate geld van de deelnemers bij de coöperatie stallen.’ Volgens De Jonge zal het lastig zijn dit in de praktijk te voorkomen.
Of een maatschap of een coöperatie de meest geëigende vorm voor het collectief is, hangt af van de plaatselijke situatie, stelt De Jonge. ‘Op grond van adviezen van gerenommeerde fiscaal en privaatrechtelijke adviseurs geven wij echter de voorkeur aan de stafmaatschap. Als een collectief desondanks kiest voor de coöperatie, is het raadzaam om het contract vooraf door de fiscus te laten toetsen. En er nadien alert op te blijven dat geen vermenging ontstaat van het economisch belang.’
Medische Contact 14 oktober, Joost Visser
http://medischcontact.artsennet.nl/Tijdschriftartikel/103864/Ook-cooperatie-waarborgt-ondernemerschap.htm
|
|